|
Ik
wil naar huis!
de Volkskrant, Intermezzo, 31 juli 2004
Reportage
Door Pay-Uun Hiu
foto: Ilya van Marle
|
Heimwee:
niets is lekker, niets is leuk, de dag is zwaar, de nacht ondraaglijk.
Een ontregelende kwaal die niet alleen bij kinderen toeslaat. 'Het wordt
hartstikke lekker en het is mooi weer, daar niet van, maar laat mij maar
thuis.'
Van sommigen had je nooit verwacht dat ze het zouden hebben. Zoals de
vriendin uit Alkmaar die je al een leven lang kent. Geweldige vakanties
op Texel had ze altijd. Overal paarden, en ze mocht er alles mee. 's Nachts
in de stal slapen als een merrie een veulen kreeg, voorop rijden bij de
groepen, zonder zadel hard in galop over het strand. Om heel jaloers op
te worden.
'Het was ook fantastisch', zegt de vriendin, 'tot het donker werd.' Dan
kwamen de tranen, en niet zo'n beetje ook. 'Ze verzonnen 's avonds van
alles voor me: zadels invetten, teugels repareren, bij de paarden slapen
- als ik maar niet ging denken, want dan begon het weer.'
Heimwee. Het drukt op je schouders, het klauwt in je buik, het zit vast
in je keel. Niets is lekker, niets is leuk, de dag is zwaar, de nacht
ondraaglijk. 'Ik heb les in heimwee gehad', schrijft Boudewijn Büch
in Het geheim van Eberwein. 'Heimwee gaat over landschappen. Over huizen.
Over stenen. Hoekjes waar je je als kind in verstopte. Over bomen. Wat
er achter heuvels te vinden is.'
Er is kattenheimwee en hondenheimwee. Dat laatste hebben mensen die mensen
missen, want honden - is de veronderstelling - hechten aan mensen. En
katten aan huizen, dus hebben mensen die huizen missen kattenheimwee.
Maakt het uit?
In een kamp voor 8-tot 10-jarigen op het YMCA-terrein in Leusden begint
een meisje bij het woord heimwee alleen al spontaan te huilen. Een kampvriendinnetje
slaat een arm om haar heen en geroutineerd zetten twee leidsters een afleidingsmanoeuvre
in werking.
Het is precies zo'n heimwee-moment. Het Ren-je-bel-spel is net afgelopen,
met als hoogtepunt de hardzingwedstrijd tussen de mannelijke kampleiders.
De opwinding ebt weg en tot het middageten is er even een kwartiertje
niets. Als dan ook nog het H-woord valt, gaan de sluizen open. Even praten,
troosten en vertellen over de dingen die we gaan doen, is het devies.
Een paar meter verderop, in een ander kamp, zijn geen heimwee-klanten.
Daar zitten al wat oudere kinderen, van 10 en 11. Sommigen zijn er al
vaker geweest, dan groei je er wel overheen. Sarah, bijvoorbeeld, had
heel erge heimwee toen ze nog in het kamp bij de kleintjes zat. Maar haar
broer kon haar troosten. 'Ik miste gewoon mijn ouders', zegt ze. Nu mist
ze alleen nog maar poes Spijker en kater Beertje.
En anders heeft hoofdleider Roelff Kloppenburg wel een middel. Hij pakt
de medicijndoos en haalt er een imponerend flesje met pipet uit. 'Aqua
heimwee. 1x per dag 10 druppels', staat er op het apothekersetiket. 'Het
helpt écht', bezweert Kloppenburg, natuurlijk doet een flesje met
zout water wonderen.
Hielp het maar altijd. Zoveel mensen, zoveel soorten heimwee.
'Ach, Pampam', zucht oud-kampleider Wim Noordhoek, nu radiomaker. Als
frisse oud-gymnasiast begeleidde hij begin jaren zestig de leerlingenkampen
van het Gymnasium Haganum. Allemaal eersteklassertjes tussen de paardendekens
op een kampeerboerderij op de Veluwe. 'Je haalde ze er bij de bus al uit:
bange bleke blikken. En ze worden meteen gepest.'
Zo was er zo'n schriel jongetje dat bij de eerste broodmaaltijd de onvergeeflijke
fout maakte ten overstaan van alle andere jongetjes niet naar de jam te
vragen, maar naar de pampam, want 'zo noemden ze dat thuis altijd'.
'Ze kunnen het onderscheid niet maken tussen de buitenwereld en de wereld
thuis', verklaart Noordhoek. Buiten thuis is alles vreemd en eng. 'Je
hebt van die kinderen die durven dan ook niet naar de wc. Hebben een week
lang verstopping. Dat is ook zo'n signaal. En niet slapen, natuurlijk.'
Pampam had het allemaal, en het is niet meer goed gekomen. Na twee dagen
ging hij alleen met de trein naar huis.
Heimwee is een ingewikkeld gevoel. 'Het is heel onberedeneerbaar', zegt
de vriendin uit Alkmaar. 'Als ze vragen of ik naar huis wil, wil ik dat
niet. Ik snap zelf niet wat ik mis. Het is meer het ontworteld zijn, denk
ik. Dat ik niet de dingen kan doen die ik thuis doe.'
'Het is heel paradoxaal', bevestigt prof. dr. Ad Vingerhoets, bijzonder
hoogleraar gezondheidspsychologie aan de Universiteit van Tilburg. Zijn
zoon heeft, ook als volwassene, last van heimwee. 'Eigenlijk is het hier
heel leuk, maar ik wil gewoon terug naar huis', zegt hij bijna elke vakantie.
'Dat is toch het centrale verlangen', definieert Vingerhoets, die zich
ook beroepshalve met het thema heeft beziggehouden. 'Het gevoel: ik moet
terug naar huis.' Anders is het geen heimwee, maar een vorm van depressie
of stress.
Hoeveel mensen er last van hebben is ook niet zo makkelijk te bepalen,
want in de vakliteratuur wordt heimwee nogal stiefmoederlijk behandeld.
Ook in het diagnostisch handboek voor psychologie, de DSM-IV (Diagnostic
Statistical Manual van de American Psychiatric Association) is heimwee
slechts een subcategorie van scheidingsangst, dat weer deel uitmaakt van
hechtingsproblemen bij jongeren.
In haar boek Heimwee. Hoe ontstaat het en wat kun je eraan doen? noemt
psychologe Miranda van Tilburg twee onderzoeken waaruit zou blijken dat
50 tot 90 procent van de Nederlanders ooit heimwee heeft gehad. Maar volgens
Vingerhoets is er geen zinnig woord over te zeggen. Uit een Engels onderzoek
bij internaatstudenten bleek dat de manier van vragen al tot zeer uiteenlopende
uitkomsten leidde: wanneer het woord heimwee in de vraagstelling werd
benoemd, reageerde 60 procent bevestigend, maar bij de open vragen noemde
slechts 20 procent uit zichzelf het fenomeen heimwee.
Veel huilen, apathisch, niet eten, amper slapen, teruggetrokken, concentratieproblemen
- dat zijn de symptomen en in wezen verschillen die niet van depressie.
Wanneer de betrokkene er niet zelf het etiket heimwee op plakt, is voor
anderen lastig te herkennen wat er aan de hand is. En dat wil juist bij
vakantiegangers nog wel eens voorkomen, weet Wiljo Meester van Health
Care Special Services, een hulpdienst voor psychische problemen in het
buitenland. Omdat heimwee als een typische kinderkwaal wordt gezien, zullen
volwassenen niet zo gauw hard huilend roepen dat ze naar huis willen.
Maar ook zij hebben heimwee, en dat wil dan weleens tot bizarre taferelen
leiden.
Zo zou een Amerikaanse vrouw dit jaar op een cruiseschip dreigbrieven
in het toilet hebben achtergelaten. Hele boot in rep en roer, FBI en terreurbestrijding
erbij, tot bleek dat ze alleen maar naar huis wilde omdat ze haar vriend
zo miste. Een Broodje Aap-verhaal, wellicht, maar zeer herkenbaar, vindt
Meester. Hij maakte mee dat iemand tijdens een eilandenreis in Zuid-Europa
uit de groep verdween, maar wel overal verwarde briefjes achterliet.
Uiteindelijk bleek dat hij zich in een grot had verstopt omdat hij niet
mee wilde naar een bepaald eiland. Meester: 'Toen de gelegenheid er was
om dat te zeggen, had hij het niet gedaan. Later durfde hij niet meer
en raakte zo ontregeld dat hij dit soort signalen gaf.'
Per jaar ontvangen de verschillende hulpdiensten ongeveer 450 meldingen
van reizigers in psychische nood. Dat gaat dan om paniek-en angstaanvallen,
heftige depressies, psychoses en andere problemen waardoor voortzetting
van een gezellige vakantie geen optie meer is.
Daar zitten zeker gevallen bij van uit de hand gelopen heimwee, bevestigt
Meester, maar dat kun je alleen maar achteraf vaststellen, als blijkt
dat iemand thuis nergens meer last van heeft. Op het moment dat je als
hulpdienst bij een toerist wordt geroepen die in blinde paniek het hele
hotelmeubilair uit het raam heeft gesmeten, heb je in de eerste plaats
een paar praktische problemen.
Vakantie is natuurlijk ook enorme stress: je mag niets vergeten, je moet
het vliegtuig halen, je moet de weg zoeken, je moet je uiten in een taal
die je niet spreekt, vreemd voedsel eten, je loopt kans beroofd en bedrogen
te worden en dan moet het nog leuk zijn ook.
'Heimwee is een soort aanpassingsstoornis', stelt Vingerhoets. Dat kan
komen doordat het integreren in de nieuwe omgeving niet lukt - door taalproblemen,
door controleverlies, hulpeloosheid - maar het kan ook komen doordat iemand
niet in staat is 'thuis' los te laten. En daar is geen kruid tegen gewassen.
Er zijn natuurlijk tips. Geef kinderen een knuffel van thuis mee, of een
foto. Zorg voor afleiding en voor sociale steun. Degenen die aan vakantieheimwee
lijden, kunnen het best een bestemming kiezen waarin ze hun eigen routine
nog een beetje kunnen vasthouden. Bij verhuisheimwee is het belangrijk
nieuwe contacten aan te knopen.
Maar er is heimwee dat nooit overgaat. Heimwee dat een leven lang blijft,
en zich uit in een onbestemd verlangen. Dat is het grote heimwee, waar
Büch over schrijft in Het geheim van Eberwein: 'Als je volwassen
bent, komt het grote heimwee. En dat is heel verschrikkelijk. Daar kan
je niet over praten, daar ga je aan kapot als je niet oppast.'
Gelukkig weten de kinderen in Leusden daar nog helemaal niks van. Hun
heimwee duurt zo lang als het groot is en er zijn druppels, spelletjes
en lieve kampleiders. En er zijn Kos, de herdershond (inderdaad, meegenomen
van het Griekse vakantie-eiland) en Laska, de golden retriever die in
geval van nood heel wat traantjes opvangen.
De meeste kinderen leren er wel mee omgaan. Kenzo, in het kinderkamp,
heeft nu geen heimwee meer. 'Dan denk je dat er wat is, maar dan is het
niet zo en daarom is het er niet meer', verklaart hij ernstig.
De vriendin is aan het pakken voor een vakantie aan de Côte d'Azur.
Het is minder dramatisch dan vroeger, vindt ze, maar ze krijgt het er
nu toch al Spaans benauwd van. 'Ach, waar doe je het allemaal voor? Het
idee alleen al. Het wordt hartstikke lekker en het is mooi weer, daar
niet van, maar laat mij maar thuis.'
'Heimwee is dit, waar we nu zitten: zand, plantjes, de zon boven ons,
de zee die je in de verte hoort', zegt de vader in Het geheim van Eberwein.
'Begrijp je?'
|