| DE
VERDIEPING:
Kunstredactie TROUW
12-11-04
Arend Evenhuis
|
Zestien
dagen aan een (13 tot 28 november) dompelt Haarlem zich in de pijn
die niet te spalken valt en die toch schrijnt en jengelt. Beeldend
kunstenaar Michèle Baudet nam het initiatief voor 'Heimwee
in Haarlem'. ,,Ik voel mij gewortelder dan ooit.'
Schrijnend genot om dat wat er niet is
Net als spleen en melancholie valt heimwee niet te wegen. Je kunt niet iemand
proefondervindelijk nawijzen: kijk, die gaat het zwaarst onder heimwee gebukt.
Toch kent iedereen degeen aan wie heimwee zich even fataal als grensoverschrijdend
openbaarde: Hamlet, prins aan het hof van het Deense grensgehucht Elsinore. Prins
Heimwee, in de wandelgangen. Hamlet doet niet anders dan verlangen naar huis,
naar een harmonieus familieleven, naar een florerende in plaats van 'een rottende
staat'.
Naast duistere, onweegbare, ontastbare en soms slopende pijnprikkelingen veroorzaakt
heimwee - zich in dezelfde grillige regelmaat aandienend - ook terugkerende tinteling,
zelfs genot om dat wat er niet is, al schrijnt dat genot steevast. Net als de
pleister, die je van een nog net niet genezen wond trekt - en dan innerlijk.
In de opera 'Mefistofele' van Arrigo Boito zingen Faust en Margherita een hartverscheurend
duet van ooit en van toen. Volgens de partituuraanwijzing elkaar omhelzend en
diep in de dromige ogen kijkend. 'Lontano, lontano, lontano, sui flutti d'un
ampio oceano, fra i roridi effluvi del mar....'. Het is tijdloos en gedateerd
tegelijkertijd, met harpakkoorden die steeds dreigender afdalen. En uiterst broos.
Zwart op wit in het Nederlands én zonder Boito's klinkend smachten resteert
niet veel meer dan een beregende Jamin-etalage na sluitingstijd:
,,Ooit en lang geleden
op de golven van een uitgestrekte oceaan
tussen klamme zee-nevels
zeewier, bloemen en palmen;
een haven van peilloze rust
doemde het azuurblauwe eilandje op
ik zie het afgezet tegen een vredige hemel
omkranst door een regenboog
de glimlach van de zon weerkaatsend.
De vlucht van vrije geliefden
hoopvol, zwervend, stralend
voert richting dat eilandje
lang, lang, lang geleden......''
Heimwee laat zich kanaliseren noch meten. Ook taalkundig niet; Nederland moest
naar het Duitse heimweh uitwijken om 'heem' (als in Heemstede) weer binnenboord
te hijsen. De Fransen noemen het mal du pays, de Engelsen homesickness, de Spanjaarden
añoranza, de Portugezen saudade. Dichters mijden het woord heimwee in
hun titel, terwijl vrijwel elk gedicht zelf louter de lof op heimwee bezingt.
Het heeft ook weinig zin om heimwee in verheven of in alledaagse zin te rangschikken.
De verlatenheid van Rembrandts portret van de profeet Jeremia die treurt over
de verwoesting van Jeruzalem is soortgelijk aan dat van stripheld en sukkelbandiet
Averell Dalton die - gesteld dat hij niet slaapt, schranst of banken overvalt
- steevast naar de 'stevige soep' van Moeder Dalton verlangt.
Heimwee is net zo goed de althobo-solo in Dvoráks Nieuwe Wereld-symfonie,
als de verwantschap tussen Russen en Ieren. Altijd willen die maar weg, terwijl
ze amper anderhalve mijl van het moederland vandaan al in snikken uitbarsten
dat in Moskou of Limerick het klokje toch heus het beste tikt. (Alleen: kennelijk
zo onverdroten oorverdovend dat ze dáár niet willen wezen, voor
zolang als dat duurt.)
Zelf zit heimwee allerminst op duiding te wachten. Moet je eigenlijk wel een
lasso om 'heimwee' willen werpen? Is heimwee welbeschouwd niets anders dan nauwgezet
ademhalen? En van zuchten, diep zuchten. Zo lang en zo vaak als maar kan.
Beeldend kunstenaar Michèle Baudet is met man, 'drie prachtige kinderen',
plus huis en haard domweg gelukkig in Haarlem. En toch zingt en woelt er al jaren
hartesmart in haar. Zij is van Groningen, woont al langer in Haarlem sinds zij
uit Groningen vertrok, en toch blijft dat onderhuidse veenbrandje maar smeulen.
Baudet weet dat ze elke moment terug kan keren naar Groningen, maar zodra ze
daar is 'neemt de realiteit het over' en ebt haar heimwee weg. Het zijn niet
de stad, de tongval, haar jeugd of Groningse vrienden die maar blijven trekken,
het is eerder 'een plek in de tuin waar het licht op een bepaalde manier valt'
die associatief uitdijdt als kringen in het water.
In de A-kerk van Groningen wilde zij ooit een tentoonstelling over 'de plek'
ensceneren, maar die ging niet door. Eenmaal in Haarlem neergestreken lukte haar
dat in het Architectuurcentrum wel. Vervolgens richtte zij zich op nog grotere
verbanden: wat is eigenlijk niet op heimwee van toepassing? Een Plato-symposium
met voor- en tegenstanders van heimwee, een Nacht van het Heimwee, expositie
van heimweefotografie en -schilderkunst, lach-, huil- en dansliederen van Fredie-op-Accordeon,
verspreiding van heimweebalsem voor de ziel, heimweebier of flinterdunne porceleinen
heimweekopjes waarin bij de laatste slok het woord 'heimwee' verzonken in de
bodem opdoemt.
Vrijwel de hele Spaarnestad doet mee aan 'Heimwee in Haarlem', van heinde en
verre kwamen de inzendingen uit alle mogelijke kunstdisciplines. Baudet: ,,Het
gaat steeds over hetzelfde, maar ik heb secuur geprobeerd een steeds veranderende
heimweekaleidoscoop samen te stellen.''
Op de dag van zijn tweede sterfjaar krijgt volksdichter Lennaert Nijgh een hommage
door Holland Symfonia. Weliswaar reiken Nijghs chansons tot diep in het hele
Nederlandse taalgebied, maar Haarlem beschouwt hem toch vooral als de eigen zoon.
,,Haarlem laat zich graag door Nijgh kwellen'', weet Baudet. Zijn liederen weerklinken
in de kille Kennemer Sporthal, waar een bescheiden amfitheater voor de gewenste
initimiteit moet zorgen. Baudet denkt dat Nijgh de ironie daar wel van zou hebben
ingezien: ,,Verlegen en mopperend was hij naar de sporthal gekomen, en had hij
er uiteindelijk toch van genoten.''
Kinderen kunnen via knuffeldieren naar het geheim van heimwee op zoek, om bijvoorbeeld
het onderscheid dat professor Rümke maakte tussen hondenheimwee (verlangen
naar de mens) en kattenheimwee (naar de plek) te maken. Of beluisteren hoe Max
Velthuijs heimwee in 'Kikker en de horizon' duidt:
'Je bent nog te klein voor een reis om de wereld', zei Rat.
'Je bent niet ziek, maar je hebt heimwee.'
'Heimwee!' riep Kikker verschrikt, 'Is dat erg?'
'Welnee', zei Rat, 'Als je weer thuis bent is het zo over.'
Zo moeten de Zwitserse soldaten die voor het leger van Napoleon werden geronseld
er ook over hebben gedacht. Besmet als zij bleken met 'de Zwitserse ziekte' werden
zij eerst geïsoleerd voordat ze naar huis mochten. De Zwitserse soldaten
typeerden hun ongesteldheid met dienstweigering noch met desertie, maar jammerden
over de afwezigheid van berglucht, van koebellen, van ravijnen.
Michèle Baudet is vastberaden over het verloop van haar heimwee-initiatief.
,,Ik heb me nog nooit zo geworteld gevoeld sinds het 'Heimwee in Haarlem'-project.''
Ze bedacht acht stellingen die haar verhaal schragen. Stelling acht: ,,Heimwee
is als de geur van warm zand, droge tijm of gemaaid gras, een streep licht achter
een gordijn, het geluid van kikkers in de regen.''
|