|
Telegraaf
Uw mening
Vrouw en relatie
Zaterdag 24 juli 2004
Brieven van lezers
|
HEIMWEE,
HET LAATSTE TABOE
Het blijkt een van de laatste taboes, dat heimwee! Nadat vorige week de
oorspronkelijk uit Groningen afkomstige, maar tegenwoordig in Haarlem
wonende kunstenares Michèle Baudet over haar heimweeproject vertelde
op deze pagina, stromen de brieven van opgeluchte lezers namelijk binnen
op de redactie.
"Bedankt voor het artikel; ik ben blij dat ik niet de enige ben met
heimwee", schreef bijvoorbeeld Christien Plekker. Geboren in Drenthe,
woont zij met haar man heden ten dage in Zaandijk en bepaald gelukkig
is ze daar niet. "Wanneer ik de provinciegrens met Drenthe passeer,
heb ik een gevoel van thuiskomen. Nog steeds heb ik heimwee naar de bossen
en heidevelden en ik begrijp niet wat iemand bekoort aan die afgemeten
rechte ingepolderde weilanden." Christiens man, geboren en getogen
Zaankanter, heeft zijn door heimwee geplaagde vrouw echter al ruimschoots
duidelijk gemaakt dat verhuizen wat hem betreft geen optie is; ook niet
na zijn pensionering. Wat dat betreft heeft de zwager van iemand die haar
e-mail ondertekende met Breul meer begrip voor het verdriet van zijn wederhelft.
" Mijn zus was een jaar na de verhuizing ziek van heimwee",
schreef Breul. " Haar mooie huis met een stuk bos achter in haar
tuin kon niet verhinderen dat ze ziek werd. Ook voor hun drie kinderen
was het naar dat mama zo was. Ze heeft er echt alles aan gedaan: contact
gezocht, proberen toch door te gaan. Uiteindelijk zei haar man 'dit kan
niet meer'. Ik heb daar diep respect voor gehad. Het huis werd verkocht
en ze verhuisden terug naar het gebied wat zo vertrouwd was, Utrecht.
Haar tuin was een klein plaatje, vol met bloemen en binnen een paar maanden
was ze weer de moeder, vrouw en zus die ieder kende."
D. van der Aa deed ook deze week een duit in het vakje. Het is grappig
om te merken dat hoe langer deze rubriek bestaat, hoe meer wij ongemerkt
te weten komen van de vaste briefschrijvers, zoals de pragmatische Heidi
Mühlemann en de meer filosofisch ingestelde Van der Aa. Deze laatste
is kennelijk ooit als kind met voor oorlogsgeweld vluchtende ouders mee
naar Nederland gekomen, zo blijkt uit zijn reactie op de heimweeoproep:
"En dan op zekere dag merk je dat je je oude gevoelens weggestopt
hebt, als in een stoffige archiefkast, ergens op zolder. Door een onzichtbare
hand werd ik geleid naar de zolder om uit te pakken en af te stoffen.
Alle gevoelens kwamen los en ik was weer compleet, om het maar zo te zeggen.
Ik ben een hele tijd bezig geweest met afstoffen, herlezen van mijn jeugdervaringen,
opgedaan toen in mijn vaderland. En toen heb ik ze relatief schoon teruggeplaatst
in het archiefkastje." Een mooie poëtische reactie kwam verder
van Jeanne Rutten die drie gedichten opstuurde die voor haar heimwee symboliseren.
'Een slapend monument' vonden wij het ontroerendst. Bij deze dan ook de
integrale tekst:
niemand kan mij de geur ontnemen van dat landschap dat ik zovele
jaren voor mijzelf bewaard heb en dat genesteld in mij woont niemand zal
mij de kleur ontnemen van het tuinhek op scharnieren dat voetstappen binnenliet
en toegang tot beschutting bood dat alles opgeslagen als een slapend monument
met wat onkruid tussen de natte keien
Reacties
GEDICHT
Heimwee
Een golf van pijn golft achterstevoren
daar waar je dacht te zijn geboren
een thuisgevoel een warm nest
het zijn de klanken die je hoorde
of de geuren die je rook
het waren kleuren die bekoorden
het is een altijd voelend spook
+
en waar je nu naar terugverlangt
heeft meer te doen met het ontwaken
en tussen niets en iets daar zijn
waar pseudo-heim eenzelfde 'pijn'
je hart bijna de plek laat raken
+
misschien de plek waar je ooit was
voordat je je op de wereld kwam
als echo van herkenning
en zoeken we een leven lang
diezelfde plaats om op te slaan
met heimwee... als erkenning
C. BOSMA, HAARLEM
Ben zelf een heimweemannetje. Heb heel wat uurtjes bij elkaar gejankt
in kindertehuizen, zorgfamilies, zowel binnen- als buitenland, voor, in
en na de oorlog. In 1958 ben ik geëmigreerd naar Limburg i.v.m. montagewerk
en kreeg een vierkamerflat die mij werd aangeboden. Bijna iedere vrijdagavond
reed ik terug naar Haarlem om zondag in de middag weer terug te keren
naar Weert. In 1959 volgde mijn vrouw mij naar Limburg, maar de reis in
de weekeinden naar Haarlem bleef. Ons eerste kind werd in 1960 bijna onderweg
in de auto bij Breukelen geboren, ze is gelukkig ook Haarlemse geworden
in de Florakliniek. In de loop der jaren heb ik regelmatig over de landsgrenzen
gewerkt maar ik was altijd weer blij op Schiphol te landen en even later
over de Schipholweg Haarlem binnen te rijden op weg naar onze ouders en
daarna terug naar Weert. Inmiddels, na ± 46 jaar, zit ik voor het
raam in het huis van mijn dochter, die met vakantie in Frankrijk zit,
naar de langsvarende schepen te kijken die in de ringvaart bij Sloten
voorbijvaren. 'De Ringvaart' waarin ik vroeger bij warm weer ging zwemmen
en waarbij je dan vaak gezelschap kreeg van drolbaarzen die je vergezelden.
Nee, Haarlem vergeten dat nooit meer, maar wij wonen nu ook in een rustig
dorpje bij Weert, na al die vervlogen jaren. Terug naar Haarlem 'voor
onze oude dag', ik denk van niet. Het graf voor ons beiden is een jaar
of wat geleden gekocht.
HARRY KRUIJER
SENIOREN
In december 2003 verhuisde ik van een prachtig, monumentaal pand, voorzien
van twee heel steile oorspronkelijke trappen met smalle treden, in het
hartje van de Jordaan, naar een zeer efficiënte bungalow buiten met
tuin op het zuiden in verband met mijn leeftijd.
Niet wachten tot er iets gebeurt en je zomaar ergens terechtkomt waar
je niet voor gekozen zou hebben, nee, ik zou verstandig zijn en mijn maatregelen
op tijd nemen. Ik stierf van de heimwee toen ik eenmaal buiten zat. Ik
heb geprobeerd het vreselijke gevoel te analyseren, om mijzelf te lijf
te gaan en oplossingen te vinden.
Ik had heimwee naar de sfeer, die vrolijke markten, het heerlijke eten
en alle mogelijke stoffen en snuisterijen met als achtergrond de prachtige
Prinsen-, Brouwers- en Lindengrachthuizen, al die mensen door elkaar,
muzikanten, schrijvers, schilders, beeldhouwers, tv-acteurs, marktkooplui,
fotografen, verplegers, schoonmakers, studenten, rijk en arm, alles woont
in die straatjes door elkaar. Is het mooi weer, dan gaan de ramen open,
de stoelen voor de deur in het zonnetje, terrasjes zijn vol, je moet vragen
'kan ik er nog bij?' Je zwaait naar elkaar, je praat met iedereen en er
zijn veel en nog meer terrasjes, het leven bruist terwijl de Westerkerk
zijn deuntjes laat horen. Ik heb dikwijls diep dankbaar gedacht: 'hier
mag ik wonen'.
Ziek werd ik van het afscheid van dit alles, daarbij werd ik moe, een
gemene bacterie op mijn hartspier deed de rest. Alles bij elkaar genomen
was het kantje boord in het ziekenhuis. Inmiddels ben ik weer overeind
en mijn vrienden hielpen me. Ik heb drie sleutels en mag altijd gebruikmaken
van drie huizen plus andere slaapplaatsen.
Als het waar is dat mensen meerdere levens hebben, dan heb ik daar absoluut
in een vorig leven gewoond. Het zit in je van tenen tot hoofd, dat gevoel
van: dit is mijn plek. Ik ga er geregeld heen en denk dan: ik kom thuis.
Maar de lucht is nu geklaard, ik denk: dat ik dit heb mogen meemaken,
zó thuis te zijn, zó gelukkig met anderen. Dit is mij voor
het eerst in mijn leven overkomen, het was geweldig, des te harder was
de klap. Maar ik heb na zes weken ziekenhuis tijd cadeau gekregen en daar
moet ik iets heel goeds mee doen. Ik geniet van mijn tuin nu en het gemak
van mijn huis. Ik ben ook vaak in de Jordaan te vinden en hoop zo'n ontheemdheid
zowel lichamelijk als geestelijk nóóit meer mee te maken.
Dus senioren, hoed u voor té verstandige beslissingen en voor het
leed dat heimwee heet.
ANNEKE HEIJNEN
ISRAEL
Alhoewel ik als kind geen last had van heimwee, heb ik het nu oudere leeftijd
wel. Ik ben op mijn 20e verjaardag naar Israël gekomen en woon hier
al meer dan dertig jaar. De laatste jaren heb ik steeds meer heimwee naar
Nederland vooral naar de mensen en de groene weilanden. Ik hoop dat ik
als ik over een paar jaar met pensioen ga ik weer terug kan komen naar
Nederland tot dan zal ik mij moeten behelpen met vakanties in Nederland,
waarvan ik iedere keer met meer heimwee vandaan weer naar huis terug ga.
Mijn moeder en zusje wonen in Nederland wat ook een reden is voor mijn
heimwee naar Nederland.
SIMONE WILLNER
BRABANTSE GEZELLIGHEID
Ik woon alweer twaalf jaar in Engeland, maar ik mis de Brabantse gezelligheid
nog altijd erg. Heb ondertussen wel veel Nederlandse collega's, maar daar
zijn helaas geen Brabo's bij en dat is wel jammer. Ik zorg er dan ook
voor dat ik drie, vier keer per jaar terugga voor verjaardagen wanneer
zo'n beetje de hele familie bij elkaar komt. Tantes and ooms en af en
toe een neef of nicht met kindjes! Heerlijk!
GEERTJE
ONBESCHRIJFELIJK
Ik heb zelf een groot heimweeprobleem waar ik al jaren mee heb leren leven.
Soms doet het me zo zeer dat het enige wat overblijft een goede huilbui
is. In 1976 emigreerde ons gezin naar Australië. Ik woonde daar met
mijn eerste echtgenoot, mijn twee zonen zijn nu opgegroeid en hebben samen
met mijn stiefkinderen een clubje van zes schatten. In 1990 ontmoette
ik mij tweede echtgenoot in Darwin, Australië en hij is van de USA.
Zo nu dan woon ik sinds 10 jaar in de USA omdat hij geen werk kon vinden.
We hielden zo en nog van mekaar dat we besloten om naar Arizona te vertrekken.
Mijn heimwee is dus groter geworden, want ik mis mijn drie zusters en
vier broers elke dag om Hollands mee te praten. Nu ben ik so lucky dat
ik naar Australië en Holland kan reizen. Dan vraag ik me af hoe het
leven in het kleine toch zo oergezellige landje was geweest met mijn zonen.
Ik heb erge heimwee naar die maffe kleine dingen, ook heb ik heimwee naar
mijn kleintjes die oma niet elke dag in hun leven hebben. Ik stuur elke
week post naar Australië, allemaal om de beurt, een kindermagazine
en iets lekkers en een brief van de computer met een fotootje van iets
als Simba de leeuw. Mijn zonen e-mail ik regelmatig, mijn zussen bellen
me nog steeds ongeveer tweemaal per maand. Maar toch, dat heimweegevoel
is iets waar ik elke dag mee opsta. Het is een onbeschrijfelijk soort
schuldgevoel ook. Ik weet niet wat er in de toekomst gebeurt, maar mijn
drang naar Holland is net zo groot als naar Australië.
FIENE KOOIJ
BEVALLINGEN
Na 81 jaar denk ik met heimwee terug aan de dagen na drie bevallingen
in drie opeenvolgende jaren. De weelde aan geurige bloemen, ik ruik ze
nog! Het kraambezoek, de kraamverpleegster die je tien dagen, ja toen
lag je nog tien dagen in bed, verwende. Gelukzalige dagen die ik nooit
vergeet! Na vijf jaar was 't kwartet compleet.
TINEKE L.
ZUS
Heimwee, voor ieder die er geen last van hebt, is het aanstellerij. Maar
dat heimwee zo diep kan gaan, heb ik in mijn familie ondervonden. Mijn
zus verhuisde van Utrecht naar Ede. Ze bakken overal brood. Na een jaar
was ze ziek van heimwee. Haar mooie huis, een stuk bos achter in haar
tuin, kon niet verhinderen dat ze ziek werd. Ook voor hun drie kinderen
was het naar dat mama zo was. Ze heeft er echt alles aan gedaan: contact
gezocht, proberen toch door te gaan, maar toen eindelijk haar man zei
"dit kan niet meer" - en daar heb ik diep respect voor gehad,
dat is echte liefde - werd het huis verkocht. Ze verhuisden terug naar
het gebied wat zo vertrouwd was, Utrecht. Haar tuin was een klein plaatje,
vol met bloemen en binnen een paar maanden was ze weer de moeder en vrouw
en zus die ieder kende. Maar het meeste is me bij gebleven dat haar man
toch de grootste beslissing heeft genomen, voor haar en zijn gezin. En
daar word je helemaal stil van.
BREUL
THUISKOMEN
Eindelijk (h)erkenning. Ik, geboren Drent, woon al ruim dertig jaar in
de Zaanstreek en voel me nog steeds niet verbonden met de streek. Mijn
man is een geboren Zaankanter en wil beslist niet weg, ook al zeg ik dat
ik na zijn pensioen hier weg wil. Er is nergens rust en stilte, overal
drukte, om van de stank nog maar niet te spreken. Wanneer ik de provinciegrens
met Drenthe passeer, heb ik een gevoel van thuiskomen. Nog steeds heb
ik heimwee naar de bossen en heidevelden en begrijp niet wat iemand bekoort
aan die afgemeten rechte ingepolderde weidelanden. Ook mijn kinderen wilden
nooit verhuizen en nu wonen beide zoons in de stad Groningen en willen
daar nooit meer weg, cynisch hè? Bedankt voor het artikel; ik ben
blij dat ik niet de enige ben met heimwee.
CHRISTIEN PLEKKER
AFSTOFFEN
Wie wil niet terugkruipen in de warme, veilige buik van moeder de vrouw?
Al was dat lang geleden, het gevoel dat het oproept, kent ieder mens wel.
Nostalgie, weemoed, heimwee; het trekt regelmatig aan me, maar niet zoals
velen die ik ken, die er kapot aan gaan of gegaan zijn. De plaats waar
je geboren bent en opgegroeid bent in puin zien schieten door regeringstroepen
en rebellen, terwijl je je 'veilig' waant, dat zal altijd in je geest
blijven, het gaat nooit over. Als kind naar Nederland gekomen, omdat je
ouders het verstandig vonden om het vaderland te verlaten, net zoals vele
burgers, om een menswaardig bestaan hier op te bouwen. Je groeit hier
op als kind, in een andere wereld, met die oude wereld in je hoofd. Je
past je aan, je gaat naar school, je krijgt relaties, je maakt carrière,
want dat wordt van je verlangd. En dan op zekere dag merk je dat je je
oude gevoelens weggestopt hebt, net als een stoffige archiefkast, ergens
op zolder. Door een onzichtbare hand werd ik geleid naar de zolder om
uit te pakken en af te stoffen. Alle gevoelens kwamen los en ik was weer
compleet, om het maar zo te zeggen. Ik ben een hele tijd bezig geweest
met afstoffen, herlezen van mijn jeugdervaringen, opgedaan toen in mijn
vaderland. En toen heb ik ze relatief schoon teruggeplaatst in het archiefkastje.
Veel pijn kwam bovendrijven, maar ik wist dat het een plaats moest krijgen,
om te koesteren en daaruit inspiratie proberen te halen. En nu vooral
wel te genieten van die mooie momenten van toen.
D. VAN DER AA
WOELMUIZEN
Ik was een jaar of zeven en was met mijn ouders in Zuid-Frankrijk op vakantie.
Rond onze vouwwagen zaten allemaal gaatjes in de grond. Toen ik nieuwsgierig
aan mijn vader vroeg wat dat waren, vertelde hij me dat dat holletjes
waren van kleine diertjes die woelmuizen heten. Bij de vraag hoe die er
dan uitzagen zei hij dat hij ze ook alleen maar op de televisie had gezien
en dat hij zich dat niet meer zo goed kon herinneren. Nieuwsgierig naar
hoe het beestje eruit zag, heb ik oud stokbrood aan m'n moeder gevraagd
en dat in een cirkel om het holletje gelegd. 's Nachts hoorde ik allerlei
kleine pootjes schuifelen langs de tent en bedacht dat dat ze moesten
zijn, maar durfde in het donker niet zo goed te gaan kijken. 's Morgens
aan het ontbijt vroeg ik mijn vader waarom het diertje zijn brood niet
overdag kwam halen. Mijn vader vertelde dat het waarschijnlijk nachtdiertjes
waren en erg schuw zijn en dat ik er hoogstwaarschijnlijk nooit een zou
zien. Zwaar beledigd omdat ik alleen maar aardig wilde zijn voor het dier
heb ik niet opgegeven en ben elke dag bij het holletje gaan liggen met
steeds weer hetzelfde cirkeltje broodkruimels. Mijn moeder bracht me zelfs
drinken en eten omdat ik mijn missie niet wilde onderbreken. Die vakantie
is ook alleen mijn rug bruin geworden. Maar het spreekwoord zegt: 'De
aanhouder wint' en dit klopte: op een ochtend kwam mijn vader mij wakker
maken en zei dat ik nu maar eens broodkruimels neer moest leggen. Hij
had bij een ander holletje een eigenwijze woelmuis gezien en die kwam
steeds met z'n kleine hoofdje naar boven. En inderdaad na een paar minuten
kwam er een heel klein schattig hoofdje uit het holletje dat vliegensvlug
een broodkruimeltje vastpakte en vervolgens weer spoorloos verdween. Dit
was voor mij genoeg en ik kon na anderhalve week nog een week genieten
van het zwembad en mijn vakantie. Het is inmiddels al meer dan vijftien
jaar geleden, maar toen ik deze oproep zag, moest ik er meteen aan denken.
Het was voor mij zo'n overwinning om dat beestje te zien en de blijdschap
die ik voelde voel ik nog steeds bij de herinnering eraan.
ANNEKE BOSCH
KLUTS KWIJT
Ik heb wel eens heimwee naar die periode van de provo's, de demonstraties
tegen alle kernwapens en de vakbondsacties in de tachtiger jaren. Er was
toen een soort symbiose ontstaan in de maatschappij van saamhorigheid;
weten waarvoor je toen knokte. Nu is de vereenzaming, individualisering,
het alles-moet-kunnen-hersenspinsel, de verloedering van normen, waarden
en de rede in de Nederlandse maatschappij binnengeslopen. Hard, koud en
ongenadig! We schijnen met z'n allen de kluts kwijt te zijn geraakt. Van
mij mag die tijd weer terugkomen.
JOYCE VAN DIEPEN
HERINNERINGEN
Bij het heimweeproject komen een paar zaken niet goed uit de verf, dat
wil zeggen dat ze alleen onzichtbaar op de achtergrond huizen.
De werkelijkheid uit het verleden is weg, in Nederland veel radicaler
dan in de buurlanden, naar wij van Fransen en Duitsers weten. Zij kunnen
nog terug naar een vrij ongeschonden plaats uit hun verleden. Wijzelf
kunnen in het land van onze jeugd meestal de weg niet meer vinden. In
Zeist is het vroegere centrum rond Markt, Voorheuvel en Emmastraat nu
een betonwoestijn, in Utrecht zijn het oude Stationsplein, het Leidscheveer
en het Vredenburg uit mijn schooltijd bedekt door de tentakels van Hoog
Catharijne. Walcheren is goeddeels onherkenbaar, hoewel hier en daar nog
wat kernen gespaard zijn. Volgens een ons bekende architect is nog maar
rond een kwart van de Nederlandse gebouwen ouder dan 50 jaar. We kunnen
dus niet zonder een museumtentoonstelling in Haarlem over de vroegere
wereld. Wijzelf besteden veel tijd aan foto's en films uit eigen jeugd:
bekijken, scannen en restaureren. Ons museum. Dus maar weemoedige herinneringen
ophalen met jaarclubs, in reünies, met oude vrienden? Pas maar op,
want juist het heimwee berust op geselecteerde herinneringen verweven
met geselecteerde emoties, zonder dat die selectie bewust is. Dat is nu
het kattenheimwee van Baudet: zeer persoonlijk, met tegenvallend gehalte
aan écht gezamenlijke herinneringen, ook qua gevoelswaarde. Zo
roept uitschreeuwen van heimwee naar plaatsen en gebeurtenissen soms bevreemding
op bij anderen, zelfs wel eens conflicten. " Hoe kun je dát
nu zeggen. Zo was het helemaal niet." Reünies zijn daarom het
best als men de huidige illusie van vroegere echte banden maar laat bestaan
en, badend in deze aangename weemoed, gezellig keuvelt.
Een museumtentoonstelling is daarom toch eigenlijk een mooie oplossing
voor degenen met heimwee naar een wereld die niet meer bestaat, vanuit
een wereld die de onze niet meer is. Bravo, mevrouw Baudet.
R.A.A. OLDEMAN EN W. OLDEMAN-HELDER
|