foto Ina van Zyl

 

 

INLEIDING

In het doosje van de catalogus vindt u het boekje  Heimweegesprekken in Haarlem tezamen met de catalogus van de tentoonstelling ‘Point of view, heimwee mondiaal’. De tentoonstelling omvat de heimweepanorama’s van kunstenaars wereldwijd. Hen werd gevraagd om met de toegestuurde wegwerpcamera hun beelden van heimwee te fotograferen.Het boekje bevat de opgetekende verhalen van Haarlemmers die vanuit diverse delen van de wereld hier naartoe zijn gekomen. In drie indrukwekkende gesprekken delen zij met ons hun geschiedenis en vertellen over hun heimwee. Dat universele gevoel, gekleurd door eigen unieke ervaringen. Ook komen de verschillen aan bod. Het verschil in heimwee bij hen die hun land moesten ontvluchten en bij hen die vrijwillig kwamen. Het verschil in beleving van heimwee tussen mannen en vrouwen. Wat betekent heimwee voor de tweede en derde generatie jongeren?Deze verhalen vormen een monument van menselijkheid in een tijd waarin de menselijke verhoudingen steeds harder worden en we elkaar steeds minder menselijk benaderen. Wij hopen dat de universele herkenbaarheid van het hier onder woorden gebrachte heimwee bijdraagt aan het ver-enigen van Haarlemmers van diverse oorsprong. Net zoals deze uitgave kunstenaars uit de hele wereld met Haarlemmers van elders bijeenbrengt.

Arno Duivestein,
coördinator Mondiaal Centrum Haarlemen en

Michèle Baudet,
Initiatief en organisatie HEIMWEE in Haarlem

HEIMWEE
Heimwee is voor mij een manier van leven geworden. Weet je waar ik de meeste heimwee naar heb? Ik zal het je vertellen.Ik verlang naar het vasthouden van de eeltige handen van mijn vader en moeder. Naar de lange winteravonden, zittend bij de olielamp, een gezellig gesprek voerend met de buren. Ik verlang naar de maaltijden die mijn moeder op de houtkachel bereidt, de börek, die ze klaarmaakt. Ik verlang naar de trillende stem van mijn vader wanneer hij uit de koran gebedsteksten reciteert.Ik heb heimwee naar het heimwee, naar mijn naasten die nu `in den vreemde’ zijn.Ik heb heimwee naar de geur van verse aarde bij het ploegen van het land, naar het slikken van stofdeeltjes bij het dorsen, bij het scheiden van kaf van koren.Ik heb heimwee naar het diepe geluid van de kabbelende beek, eindeloos stromend daar verderop langs ons huis.Ik heb heimwee naar het eten van de vruchten van de kersenbomen, de appelbomen, de pruimenbomen in onze tuin.Ik heb heimwee naar de geur van het hout waaruit alle delen van onze woning zijn opgebouwd.Ik heb heimwee naar rustpunten onderweg, naar onze `zomerweiden’, naar de koele waterbronnen waaruit ik dronk, naar de geluiden van vogels en beestjes uit de wouden, naar het loeien van de koe, naar het blaffen van de hond, naar het kraaien van de haan.Ik heb heimwee naar de berg met de ‘s winters altijd aanwezige sneeuw op haar toppen.Ik heb heimwee naar mijn gelapte kinderbroek, naar mijn schooltas die mijn moeder van haar oude schort had gemaakt.Ik heb heimwee naar de door de zon en de kou verschrompelde gezichten van onze mensen en naar hun eigen Turkse accent. Wie heeft er nou heimwee naar de dagen van honger, de dagen van leed, de studentenjaren gevuld met gevoel van hopeloosheid en onmacht? Maar nu verlang ik zelfs naar deze dagen.Ik heb heimwee naar de jaren dat ik werkzaam was als leraar, naar de stem van de kinderen die aan mijn broekspijp trekkend `meester’ roepen. En ik heb heimwee naar mijn witte Turkse marine-uniform, naar mijn ploegmaten, naar mijn werkkamer midden op de zee, naar de glinstering van rangtekenen, naar de dagen van zekerheid en werk.Ik heb heimwee naar de woning waar ik het laatst heb gewoond in Istanbul. Naar mijn buren, oom Mustafa en tante Arife, naar de momenten van het gezellige praatje in de tuin, genietend van een kopje thee.Ik heb heimwee naar mijn land, en hoe! Is het vuur dat binnen in mij brandt, is het een speer geplant in mijn borst die zoveel pijn geeft, is het de broer van de dood of is het de werkelijkheid zelf?Voor mij is wat ik diep van binnen voel, waarvoor ik in het geheim tranen laat en het laatste punt waar ik mijn hoop heb gelaten, het heimwee naar mijn land.Ik heb mijn land verloren, achtergelaten met de pijn, het verlangen en de tranen in mijn hand.

Hsan Arslan, Hoorn - Nederland, 1 juli 2004


HEIMWEEGESPREK 1

eerste generatie migrantenmannen

Deelnemers: Toni Nigro (Italië) Suresh Soedhwa (Suriname) Jackson Opon-Nimoh (Ghana) Musa Hayyan (Jordanië) Shafiq Ahmadi (Afghanistan)

Het eerste heimweegesprek vindt plaats op vrijdag 1 oktober 2004 in het kantoor van het Haarlems Migrantenplatform. De deelnemers behoren allemaal tot de eerste generatie migranten.

Sommigen zijn destijds uit vrije beweging gekomen, op zoek naar werk. Anderen moesten hun land ontvluchten en belandden in Nederland.

In het gesprek komen we tot de ontdekking dat een vrijwillige komst of een gedwongen vlucht invloed heeft op de mate waarin iemand gevoelens van heimwee ervaart. Het gesprek wordt geleid door Mustafa Öcal, migrantenwerker bij stichting Radius.

Deelnemers gesprek

Toni Nigro: geboren op 19 december 1935 op Sicilië. Op 27 november 1960 komt hij op 25-jarige leeftijd naar Nederland. 'Ik werkte toen als vrijwilliger op een arbeidsbureau en zag allerlei vragen voorbijkomen voor arbeid in Duitsland en Nederland. Ik heb toen gekozen om naar Nederland te gaan.' Toni Nigro heeft tot zijn 65e gewerkt als machinebankwerker bij Conrad Stork. Sinds drie jaar is hij gepensioneerd.

Suresh Soedhwa: geboren in Suriname op 2 februari 1956. Op 16-jarige leeftijd komt hij met zijn familie naar Nederland. Zijn vader werkte al sinds 1961 in Enschede. Suresh Soedhwa werkt als spareparts manager bij Buhrs Zaandam bv.

Jackson Opon-Nimoh: geboren op 1 januari 1957 in Ghana. In 1988 komt hij als vluchteling naar Nederland. Na zijn studie aan de sociale academie is hij werkzaam in een sociaal pension in Amsterdam.

Musa Hayyan: op 10 juli 1963 geboren in Amman, Jordanië. Zijn ouders komen uit Palestina, vader uit Bethlehem, moeder uit Jeruzalem. 'Ik ben op 22 juni 1988 naar Nederland gekomen op zoek naar een beter leven; overigens ben ik nog steeds op zoek.' Musa is theatermaker en werkt als buschauffeur.

Shafiq Ahmadi: geboren op 16 augustus 1967 in Afghanistan. Eind 1997 komt hij naar Nederland vanwege de oorlog in Afghanistan. Hij werkt voor de Afghaanse culturele vereniging Haarlem en voor de Afghaanse Unie Nederland. 'Ik wil binnenkort voor twee jaar terug naar Afghanistan vanwege…. heimwee.'

Mustafa Öcal: geboren op 12 september 1957 in Turkije. In 1969 wordt hij door zijn ouders naar Nederland meegenomen.

Om in de sfeer van heimwee te komen leest Mustafa Öcal een verhaal voor van een vriend van hem dat op blz. 4 staat afgedrukt

'Dit verhaal is van een vriend die uit het leger van Turkije is gevlucht. Omdat hij gedwongen en niet vrijwillig uit zijn geboorteland is vertrokken, is zijn gevoel van heimwee sterker.'

Het heimwee van Toni Nigro

Voor mij is heimwee een verrassend veelzijdige emotie, tijd en plaats spelen een grote rol. Heimwee verandert in de loop der tijd. Wanneer je emigreert, is er vooral de eerste jaren een sterk verlangen naar het land van herkomst. Ik ben hier nu al vierenveertig jaar. Bij mij is de heimwee veel minder geworden. Ik heb hier nu familie, een sociaal netwerk en kennissen. Ik mis niet veel meer.

Als ik naar Sicilië ga, zoek ik als eerste mijn familie op. Ik heb daar nu weinig vrienden meer, de vriendschap is in de loop der tijd verdwenen. Ook plekken zijn veranderd, ze zijn niet meer zoals ik ze ken. De evolutie gaat door. Ik ben vrijwillig weggegaan; bij mensen die gedwongen hun land hebben verlaten, is de nostalgische heimwee groter. Wanneer je emigreert, weet je dat je in een andere cultuur komt. Je moet veranderen.

Hoe zit het met eten?

Ik heb een vriend die naar de VS is gevlucht. Toen hij daar kwam, was er geen Turkse winkel te vinden. Op een gegeven moment vond hij een aubergine. Hij was zo blij dat hij de aubergine mee naar huis heeft genomen en die heeft ingelijst.

Veertig jaar geleden was er geen Italiaanse wijn of Martini in Nederland te vinden. Als ik toch Italiaanse wijn wilde, ging ik naar Garone, de Italiaanse ijswinkel. Zij hadden een kelder waar ze wijn bewaarden. Daar haalde ik dan mijn wijn.

Nu is er veel veranderd, onder andere door het toerisme. Veel Italiaanse producten zijn gewoon in Nederland te koop. Ik heb niet het gevoel dat ik nog iets mis. Er is één gerecht dat ik wel mis en dat me meteen aan Sicilië doet denken. Dat is cappatina, een gerecht met aubergine, paprika en knoflook. (Hetzelfde gerecht bestaat ook in Jordanië, daar heet het  papaganoesj, vertelt Musa.)

Ik heb een Nederlandse vrouw, dat scheelt ook. En verder wennen Italianen gemakkelijk in andere landen. Je vindt ons over de hele wereld.

Het heimwee van Suresh Soedhwa

Ik had meteen in het begin al heimwee. Toen ik in oktober naar Nederland kwam, was het 10 graden. In Suriname was het 25 graden. Mijn heimwee begon dus door het verschil in temperatuur. Ook op school was het anders en het eten was anders. Ik moest ineens vlees gaan eten, terwijl ik vanaf mijn geboorte vegetariër was.

Toch was er ook veel vertrouwd. Ik was in Suriname Nederlands opgevoed; de leraren op school, de boeken, de taal thuis, alles was Nederland. Daardoor was ik vertrouwd met de Nederlandse cultuur.

Het scheelde ook dat ik vrijwillig ben gekomen, ik ben niet gevlucht. Ik kon altijd terug als ik dat wilde. Ook kwam ik met mijn familie, dat is vertrouwd. Daardoor waren mijn gevoel van heimwee en het gevoel van gemis minder. Mijn herinneringen aan Suriname zijn ook snel weggeëbd.

Wat ik wel een groot verschil vind, is de sfeer. Die is in Suriname gemoedelijker, spontaner. Je maakt in Suriname sneller vrienden. Iedereen spreekt Sranantongo: Indiërs, Hindoestanen, Creolen. Dat schept een band. Ook op school is de sfeer anders, de leraren vervullen een andere rol, zijn vergelijkbaar met je ouders. Ze begeleiden je en voeden je op. Een voorbeeld: ik kom een keer op school en heb geen eten bij me. Ik heb honger en geen geld bij me. Een leraar heeft toen een brood met sardines voor me gekocht. Ik weet niet of zoiets denkbaar is in Nederland, ik heb het nog nooit meegemaakt. In ieder geval is de rol van leraren in Suriname breder.

Als ik naar Suriname terugkeer, ga ik op zoek naar herinneringen. Er is echter veel veranderd, plaatsen zijn veranderd. Ik ga naar mijn geboorteplaats, de plek waar ik ben opgevoed.

Op een gegeven moment ben ik op zoek gegaan naar mijn identiteit. Die vond ik niet in Suriname. Daar was ik een Hindoestaan. Mijn voorouders zijn 130 jaar geleden van India naar Suriname gegaan. Ik ben van Suriname naar Nederland gekomen. Mijn wortels liggen dus eerder in India dan in Suriname. Daarom ben ik naar India gegaan, op zoek naar mijn roots. De put van heimwee bleek veel dieper te liggen dan Suriname.  In India heb ik de taal gevonden en de cultuur die ik nog steeds vasthoud. Die cultuur daar is voor mij nog steeds herkenbaar, het is alsof je honderd jaar teruggeworpen wordt in de tijd. Dat is prettig. Er is rust, rust om na te denken. De mensen zijn arm, maar klagen niet. Ze zijn toch gelukkig. De reis naar India heeft mij voldoening gegeven. Ik heb geen heimwee meer. Ik heb mijn oorsprong gezien. Ik ben nu meer bezig met het heden dan met het verleden.

Het heimwee van Jackson Opon-Nimoh

Toen ik voor het eerst in Nederland kwam, was het 8 graden in plaats van 30 in Ghana. Ik kwam bij het bureau voor de vreemdelingenpolitie en iedereen kwam kijken naar die zwarte man die het zo koud had.

Wat ik het meest mis in Nederland, is het groepsgevoel. Ik liep eens van Haarlem-Noord naar de Grote Markt en niemand sprak mij aan. Ik dacht: in wat voor land ben ik? Zijn dit wel mensen? Ook mis ik geuren, de geur van een geslacht dier in de bush dat boven een vuurtje wordt gebraden. En ik mis de natuur, bomen en stenen. De natuur in Nederland is kunstmatig, een systeem, zoals alles in Nederland een systeem is. In Ghana is de natuur van zichzelf, een rommeltje. Een rommeltje is niet per se goed, maar ik mis dat wel. Ik heb één keer in een kas een boom gezien die leek op een boom zoals ik die uit Ghana ken.

Als ik in Ghana ben, voel ik me meteen thuis. Ik sta op de vliegtuigtrap en denk: Ja, allemaal zwarte mensen, hier hoor ik bij.  (instemmend gelach)

Wat ik doe met mijn heimwee in Nederland? Ik zoek landgenoten op in onze eigen organisatie (Stichting Ghana Haarlem). Daar beleef ik het gevoel van herkenning dat ik op de vliegtuigtrap heb, het is een soort compensatie voor mijn heimwee. Nu heb ik het er nog moeilijk mee, later als ik oud ben, komt het wel goed, denk ik dan. Het is uitstel, net zoals de hemel die de kerk belooft.

Dat de behoefte aan zo'n eigen organisatie in de loop der tijd kan veranderen, blijkt uit het feit dat de Italiaanse vereniging Casa Nostra onlangs is opgeheven. Toni Nigro heeft zich veertig jaar voor deze vereniging ingezet, op het laatst kwamen er nog maar vijftien mensen. Hij is blij dat de vereniging niet meer bestaat, volgens hem was er altijd kritiek en nooit een compliment. Hij deed zijn werk vanuit een sociaal gevoel van verantwoordelijkheid.

Het heimwee van Musa Hayyan

Heimwee is een verlangen dat eeuwenlang leeft. Ik ben deel van een lang proces van liefde, emotie, eenzaamheid en tranen. Dat verlangen komt vaak tot uiting in tranen. Ik heb een tijdlang ieder weekend op een vast tijdstip gehuild. Waardoor? Ik weet het niet. Die tranen kwamen voort uit een verlangen dat heel diep zit. Dat huilen heeft heel lang geduurd, nu is het weg. Ik voel mij wereldburger, ik heb veel respect voor andere culturen. Toch verlang ik terug naar mijn geboorteland.

Nadat ik jaren in Nederland had gewoond, ben ik naar Amman teruggegaan. Ik wilde de vrienden uit mijn kindertijd weer zien, vroeg me af waar ze waren gebleven. Zo heb ik een jeugdvriend opgezocht aan wie ik veel moest denken. Hij herkende me in eerste instantie niet eens. Hij zelf was ook veranderd. We moesten elkaar opnieuw leren kennen. Dat is niet helemaal gelukt. Nu denk ik zelden meer aan hem. Mijn oude vriend is verdwenen. Ik weet dat we allemaal ouder worden, dat we veranderen, maar dit had ik niet verwacht.

Soms wil ik gesprekken voeren met mensen om te zien of ze nog dezelfde zijn. Herinneringen zijn een deel van je karakter.

Het zijn vooral geuren die me aan vroeger doen denken, cacao bijvoorbeeld. Die geur doet me denken aan snoepjes van vroeger. Ooit heb ik op de Zwarte Markt bij een slager die geur van vroeger weer geroken. De geur klopte precies, de manier van het vlees snijden echter niet. Dat was een teleurstelling. Ik moest daarna hele sterke koffie drinken om de geur van het vlees te verdrijven.

Het heimwee van Shafiq Ahmadi

Als je als vluchteling je land verlaat, is dat heel erg emotioneel. Ik heb alleen afscheid kunnen nemen van mijn moeder. Ik huilde en schreeuwde, maar mijn moeder zei: 'Ga nu maar, ik heb al twee zonen verloren. Ik wil er niet nog een kwijt.' Op dat moment van afscheid ontstond mijn heimwee. Ik verloor mijn familie, mijn vrienden en mijn land.

Vorig jaar heb ik weer gehuild, toen ik voor de eerste keer terugging naar Afghanistan. Ik kwam terug en ik huilde. Ik was niet de enige, alle reizigers huilden. Bij dat eerste bezoek heb ik mensen opgezocht. Velen waren er niet meer, maar die er wel waren, heb ik gesproken. Het gebouw waar ik heb gewerkt, was er nog, maar nu is er een andere organisatie in gevestigd. Ik ben er een halfuur geweest en heb er op een bank gelegen. Ik ben ook naar mijn oude school gegaan, daar dachten ze dat ik een oud-leerling was. Er waren twee docenten die me herkenden. Het bezoek heeft mij goed gedaan, ik heb nu minder last van heimwee omdat ik weet dat ik terug kan. Veel Afghanen zijn hier letterlijk gek geworden van heimwee.

Ik heb er ook veel last van gehad. Zo kreeg ik huidproblemen toen ik een jaar in Nederland was, mijn baardhaar verdween. Na langdurig onderzoek zei de dokter dat het door de zorgen kwam. In Afghanistan was ik docent, ik had een eigen zaak en veel sociale contacten. Hier verkeer je in een achterstandsituatie, door de taal, het verschil in cultuur. Dus misschien was het ook wel heimwee naar erkenning, ja. Wel heb ik het geluk gehad dat mijn werkgevers altijd heel tevreden over mij waren.

Of er nu democratie is in Afghanistan? Democratie is maar een woord. Maar het gaat de goede kant op. Er is weer een beetje vrijheid.

Ik kwam vorig jaar een man tegen met een baard, hij was helemaal grijs. Toen hij mij zag, omhelsde hij me en knuffelde me. Het bleek een vriend van mij te zijn van de lagere school. Ik herkende hem eerst niet, hij mij wel. Hij was vroeger op de lagere school een van de beste leerlingen. Hij kon niet naar de stad om verder te leren. Nu is hij praktisch analfabeet.

Neemt heimwee af als je ergens langer woont, als je een huis hebt, je sociale contacten hebt opgebouwd?  Musa Hayyan: 'Het verlangen gaat langzaam van het middelpunt naar de rand.' Mustafa Öcal: 'Met het vliegtuig ben je nu in twee uur in Turkije, in de jaren zeventig was het nog een reis van vier dagen door allemaal vreemde landen. Er is nu ook e-mailcontact. Toch blijft het verlangen, het wordt minder, maar je raakt het niet kwijt.'

Heimwee andersom

Alle gesprekspartners beamen dat je in je land van oorsprong ook heimwee kunt hebben naar Nederland. Zo heeft Suresh Soedhwa heimwee naar de familie in Nederland als hij in Suriname is. 'In Suriname heb ik maar één tante, mijn vrouw heeft er veel meer familie. Zij wil dan ook altijd langer blijven. Ik voel mij Nederlander, hier is mijn thuis, meer dan in Suriname. Eigenlijk heb ik drie thuizen: Nederland, Suriname en India.'

Jackson Opon-Nimoh bekent dat hij heimwee heeft naar luxe als hij in Ghana is, en Toni Nigro verlangt naar zijn eigen huis als hij in Italië is. Shafiq Ahmadi herkent dit: 'Toen ik in Afghanistan was, verlangde ik naar mijn huis in Haarlem, naar mijn vrouw en kinderen.'

Heimweegesprek 2

Het tweede heimweegesprek vindt plaats op donderdag 7 oktober 2004 in het buurthuis de Gentiaan in Haarlem-Noord. Dit is een van de locaties waar de Turkse studentenorganisatie Yakamoz huiswerkbegeleiding geeft. Alle gespreksdeelnemers zijn actief bij Yakamoz. Aan het gesprek nemen een jongen, Taner Serbes, en vier meiden deel: Nurcan Akbiyik, Selma Yilmaz, Hava Aksoy en Özlem Duru. Ze volgen allemaal een hbo- of universitaire opleiding of hebben deze afgerond. Het gesprek staat onder leiding van Zeki Köycü, voorzitter van Yakamoz. Alle gespreksdeelnemers wonen in Haarlem.

Taner Serbes wordt de dag na dit gesprek 24 jaar. Hij heeft hbo marketing gedaan, daarvoor volgde hij een opleiding toerisme. Taner is in Nederland geboren. Toen hij een jaar oud was, ging hij naar Turkije. Tot zijn negende heeft hij in Turkije bij zijn tante gewoond. Daar heeft hij op school gezeten. Sindsdien woont Taner in Nederland.

Nurcan Akbiyik is 21 jaar en studeert management, economie en recht in Diemen. Zij heeft daarvoor mavo en mbo gedaan. Nurcan is geboren in Nederland.

Zeki Köycü is 23 jaar en studeert economie aan de Universiteit van Amsterdam. In zijn vrije tijd is hij voorzitter van de Turkse studentenvereniging Yakamoz. 'Hoewel het eigenlijk andersom is, in mijn vrije tijd studeer ik!' aldus Zeki.

Selma Yilmaz is 21 jaar oud en heeft mavo, mbo en hbo toerisme gedaan. 'Ik werk nu en heb twee banen, bij Subway, een broodjeszaak en als telemarketeer.' Selma is in Nederland geboren.

Hava Aksoy is 20 jaar en is tweedejaars studente commerciële economie aan de Hogeschool Haarlem. Hava is geboren in Haarlem

Özlem Duru is geboren in Haarlem, is 20 jaar oud, en studeert marketing en commerciële economie.

Heimwee naar het land van hun (groot)oudersDe meeste deelnemers hebben geen heimwee naar Turkije. Het is een land waar zij heengaan voor vakantie. Wel gaan ze er graag naartoe.

Turkije is weliswaar een vakantieland, maar toch anders. De meeste jongeren hebben daar ook een vriendenkring. Het zijn vooral die vrienden die ze missen als ze weer terug zijn in Nederland. Toch duurt het ook even voor ze gewend zijn in Turkije. Özlem: 'Pas als ik zes weken in Turkije ben, ben ik daar gewend.' Elk jaar naar Turkije hoeft niet, maar toch wel eens in de twee jaar. Taner: 'Als ik er twee jaar niet ben geweest, ga ik het land missen. Na een jaar heb ik dat gevoel nog niet.' Hoewel de meeste jongeren er niet willen wonen, denkt Taner er wel over daar een baan te zoeken in de toerisme-industrie, nu het beter gaat met de economie in Turkije.

Gevoel van welkom

Zeki krijgt een goed gevoel als hij de bordjes 'welkom in Haarlem' ziet, als hij de stad binnenkomt. De anderen herkennen dit. Zij ervaren het zowel in hun Turkse dorp als in Haarlem. Zo voelt Hava zich veilig in Gömü bij Emirdag, en Nurcan in Beldegirmen in het Zwarte Zeegebied. Maar Hava voelt zich ook thuis als ze weer terug is in Haarlem nadat ze in Amsterdam is geweest.  

Heimweegevoel van de ouders

De meeste ouders hebben toch wel heimwee naar Turkije. Dat kan sterker worden als ze ouder worden. Hava: 'Mijn ouders, vooral mijn vader, krijgen steeds meer last van heimwee. Naarmate mijn vader ouder wordt, gaat hij steeds meer verhalen vertellen over zijn jonge tijd in Turkije. Hij gaat ook steeds vaker naar Turkije op vakantie.' Andere ouders hebben altijd last van heimwee gehad of willen het liefst meteen terug. Of een ouder last heeft van heimwee, hangt ook af van de familie. Woont de familie in de buurt, dan is er minder heimwee. Nurcan: 'Mijn moeder heeft het hier naar haar zin. Haar familie woont hier. De familie van mijn vader woont daar. Zijn vrienden wonen in Istanbul, waar hij is opgegroeid.'

De taal en heimwee

Sommige ouders spreken goed Nederlands, andere niet of zeer slecht. De moeder spreekt in het algemeen slechter Nederlands dan de vader. Selma: 'Mijn moeder kan zich minder goed uitdrukken dan mijn vader.' Onder gelach van de anderen noemt Taner zijn ouders 'stereotiepe eerste generatie Turken', omdat ze zo slecht Nederlands spreken. De meeste jongeren denken dat de taal niet zo'n grote rol speelt bij de gevoelens van heimwee. Hava: 'Mijn moeder spreekt slechter Nederlands dan mijn vader, maar zij heeft minder last van heimwee.' Het verschil in cultuur speelt een grotere rol. Zo vertelt Nurcan dat haar vader, die is opgegroeid in Istanbul – een behoorlijk verwesterde stad – toch graag terug zou willen.

Teruggaan of niet

Hoewel de meeste ouders heimwee hebben, denken de jongeren niet dat ze definitief teruggaan naar Turkije. Dat heeft niet alleen te maken met de voorzieningen die in Nederland beter zijn, maar ook met de kinderen. Als de kinderen en eventuele kleinkinderen in Nederland blijven wonen, zullen de ouders hen vreselijk missen. Daarom blijven ze liever in Nederland. Taner: 'Je zou mijn moeder niet gelukkiger kunnen maken dan met een huis in Turkije met een paar schapen en fruitbomen in de tuin. Mijn ouders zijn dan ook bezig beetje bij beetje terug te gaan. Ze hebben een huis gekocht in Turkije, maar als ze vier maanden daar zijn, missen ze de kinderen al. Daarom zal het hen nooit lukken helemaal terug te gaan.'

Dat mensen wegtrekken uit hun geboorteplaats om elders te gaan werken, is in Turkije niet ongebruikelijk. Vroeger trokken mensen van het platteland voor seizoenswerk naar de stad, nu gaan ze naar West-Europa. Er is zelfs een speciaal woord voor dit verschijnsel: gurbet. De geboorteplek blijft altijd hun thuis. Daarom zegt de vader van Zeki dat hij elf maanden op vakantie gaat in Nederland. Dat betekent niet dat hij hier niets doet, maar dat zijn thuis in Turkije is en zijn huis in Nederland.

Invloed van de EU

De jongeren denken wel dat er misschien meer ouderen teruggaan als Turkije lid is van de EU. Als tenminste de voorzieningen hetzelfde zijn als hier. Jongeren zouden ook sneller besluiten in Turkije te gaan werken als de lonen daar vergelijkbaar zouden zijn met hier. Zo denkt Taner erover in Turkije te gaan werken, maar hij twijfelt nog: 'Ik vind het een grote stap. Nu heb ik een Nederlands paspoort, dus ik kan altijd terug. Maar ik denk dat ik mijn vrienden, mijn familie, mijn netwerk hier zal missen. In Turkije begin ik weer bij nul. Je moet leren wie je kunt vertrouwen en wie niet. Ik ben toch gewend aan de Nederlandse maatschappij.'

Waar is thuis, in Turkije of in Nederland?

De meeste jongeren voelen zich in geen van beide landen echt thuis. Nurcan:'We blijven in een dubbele positie zitten. Daar zijn we Europeaan, hier zijn we Turk. Je bent en blijft overal een allochtoon.'  Selma voelt zich wel thuis in Turkije, maar ze vindt het niet prettig dat Turken haar zo duidelijk laten merken dat ze buitenlander is. De anderen herkennen dat. Ook hebben ze het gevoel dat Turken proberen van hen te profiteren. Özlem: 'Van mijn moeder mag ik geen Nederlands praten als we in Turkije zijn. Dan kunnen ze niet horen dat we niet in Turkije wonen, maar op de een of andere manier hebben ze toch direct in de gaten dat ik uit Nederland kom.'

Sommige ouders voelen zich meer thuis in Turkije, andere delen het gevoel van hun kinderen dat ze zich nergens helemaal meer thuis voelen.

Dubbele cultuur

De jongeren vinden het geen voordeel dat ze toegang hebben tot twee culturen. Ze voelen zich in beide landen nadelig behandeld. Ook blijkt hun Turks geen 'echt' Turks. Özlem: 'Als ik in Turkije ben, blijkt dat ik geen formeel Turks praat. Ik spreek dus wel Nederlands Turks, maar geen Turks Turks.' Dit is zeer herkenbaar voor de anderen. Taner vertelt dat het hem deze zomer niet lukte een normaal kopje koffie te bestellen bij een Starbuck koffiecafé. En Özlem was niet in staat een servetje te vragen bij McDonald .                                

Heimweegesprek 3

eerste generatie migrantenvrouwen

Het derde heimweegesprek vindt plaats op 13 oktober 2004 in het Moedercentrum, een buurthuis voor en door vrouwen. Er nemen 24 vrouwen aan deel: 22 van Marokkaanse afkomst, een van Irakese en een van Turkse afkomst. Alle vrouwen zitten op Nederlandse les voor oudkomers, oftewel migranten die al langer in Nederland verblijven. De leeftijd ligt tussen de 25 en 40 jaar, de meeste vrouwen hebben nog vrij jonge kinderen. Negen vrouwen zijn wat ouder, hun kinderen zijn ook ouder, een van hen woont al op zichzelf. Met uitzondering van de vrouw uit Irak zijn de vrouwen analfabeet of laag opgeleid.

De vrouwen zijn vrij behoudend. Ze willen niet met naam genoemd worden en ze willen evenmin op de foto. Het gesprek wordt deels in het Arabisch, deels in het Berber gevoerd.

Het gesprek wordt geleid door Raja Alouani. Raja is werkzaam bij Bureau Jeugdzorg Noord-Holland en is vrijwilligster bij Zohor,  een zelforganisatievoor Marokkaanse en andere arabische vrouwen.

Reden van komst naar Nederland

De meeste vrouwen zijn naar Nederland gekomen in het kader van de gezinshereniging: twintig werden herenigd met hun man, drie met hun ouders. De vrouw uit Irak is met haar gezin als vluchteling naar Nederland gekomen.

Tijdstip van komst naar Nederland

Negen vrouwen wonen al meer dan twintig jaar in Nederland. De andere, jongere vrouwen wonen tussen de zeven en vijftien jaar in Nederland.

Plaats van herkomst

De meeste vrouwen zijn afkomstig uit het Rifgebergte in het noorden van Marokko. Een vrouw komt uit het oosten van Marokko, vier vrouwen komen uit steden: de Irakese uit Bagdad, drie Marokkaanse uit Al Hoceima of Nador.

Last van heimwee

Alle vrouwen hebben last van heimwee. Ze missen vooral hun familie, de ouders en overige directe familie. De vrouwen hebben het er vooral moeilijk mee wanneer hun ouders nog in Marokko wonen. Maar daarnaast hebben ze ook heimwee naar het land. 'Je denkt als eerste aan je ouders, je broers, je zussen, aan iedereen die je in Marokko hebt achtergelaten. Daarnaast mis je ook het land: de zon, de natuur, de mensen, het eten.' 'Ik mis vooral mijn zus die nog in Marokko woont. Mijn andere broers en zussen wonen in Nederland, maar ik mis mijn zus in Marokko het meest.'

De oudere vrouwen, van wie de ouders zijn overleden, hebben vooral heimwee naar het land, het dorp waar ze gewoond hebben, de sfeer onder de mensen.

Nederlands

De meeste vrouwen spreken weinig tot matig Nederlands. Het kan zijn dat vrouwen die weinig Nederlands spreken, meer last hebben van heimwee. Een belangrijker aspect is echter de manier van leven. Als iemand vrij geïsoleerd leeft, met weinig sociale contacten, heeft zij meer last van heimwee.

Omgaan met heimwee

De meeste vrouwen hebben een manier gevonden om met heimwee om te gaan: ze bellen even naar de familie, ze gaan op bezoek bij vriendinnen, ze praten erover of ze kletsen over andere dingen zodat ze het heimwee vergeten. Meestal duurt het heimwee niet zo lang. Wel heeft heimwee soms invloed op het humeur: 'Als ik heimwee heb, ga ik sneller tekeer te-gen mijn kinderen, dan heb ik heel weinig geduld en een slecht humeur.'

Heimwee is anders bij de Marokkaanse vrouwen dan bij de Irakese vrouw. De Marokkaanse vrouwen gaan meestal een keer in de twee jaar terug naar Marokko, ook als er iets is, weten ze dat ze terug kunnen. De Irakese is al zeven jaar niet terug geweest naar Irak. Haar vader is een paar maanden geleden overleden, zij kon er niet bij zijn. Nu is zowel haar moeder als haar schoonvader ernstig ziek, maar zij kan er niet heen. Elke dag ziet ze op tv beelden van Bagdad, van de gevechten die nog steeds in Irak plaatsvinden. Zij heeft elke dag heimwee, ze denkt aan haar familie, vrienden, kennissen die weg zijn, gebouwen die verwoest zijn.

Lichamelijke klachten

Veel vrouwen hebben last van lichamelijke klachten, die echter vaak verdwijnen als ze in Marokko zijn. 'Misschien komt het door de zon,' wordt er geopperd. 'Misschien voelen we het gewoon niet uit blijdschap en vreugde,' is een andere verklaring. 'Ik voel me gewoon een stuk beter en gezonder in Marokko.'

Terug naar land van herkomst

De vrouwen willen niet terug naar hun land van herkomst. 'Wij hebben hier ons bestaan opgebouwd. We kunnen niet terug. Onze kinderen zijn hier opgegroeid of groeien hier op. Hoe zouden we terug kunnen gaan? Dat gaat helemaal  niet.' Niet alleen vanwege de kinderen en kleinkinderen die in Nederland wonen, willen de vrouwen niet terug. Ze zijn ook gewend geraakt aan het leven hier. Heen en weer pendelen, dat zou een oplossing zijn. Ook de Irakese vrouw ziet in pendelen een mogelijkheid als de situatie in Irak verbeterd zou zijn. De toekomst van haar kinderen ligt nu in Nederland.

Alleen wanneer ze in Marokko een huis, een inkomen en een auto zouden hebben, zouden de Marokkaanse vrouwen overwegen om terug te gaan. De familie zou dan ook terug moeten gaan. De meeste vrouwen vinden dit echter een droom, ze kunnen het zich nauwelijks voorstellen.

Heimwee in Marokko

Sommige vrouwen denken helemaal niet aan Nederland als ze in Marokko zijn, andere na een maand of zo wel weer. 'Als ik in Marokko ben, lijkt het alsof er een gordijn voor mij hangt. Ik denk helemaal niet aan Nederland. Pas als ik de terugreis moet voorbereiden, denk ik weer aan Nederland. Na vier weken denk je alweer aan Nederland, aan de terugreis.'

De meeste vrouwen zouden wel langer in Marokko willen blijven, een maand of drie, vier. Maar uiteindelijk willen ze allemaal terug. 'We hebben een band met dit land opgebouwd. Hier staat ons huis, hier is ons leven. Op een gegeven moment wil je terug naar huis, en dat is in Nederland.'